De televisie werd uitgevonden in de jaren twintig van de twintigste eeuw, maar wie precies de eerste was, is tot op de dag van vandaag onderwerp van discussie. De vraag wanneer is de televisie uitgevonden heeft dan ook geen eenvoudig antwoord: de tv is niet door één persoon op één moment bedacht, maar is het resultaat van tientallen jaren uitvinden, bouwen en verbeteren.
De vroegste stappen: eind 19e eeuw
Het idee om bewegende beelden op afstand te versturen bestaat al langer dan je misschien denkt. Al in de late 19e eeuw werkten uitvinders aan de basisprincipes van beeldoverdracht. De ontdekking dat het element seleen gevoelig is voor licht legde een belangrijke basis. Wetenschappers begonnen te dromen over een apparaat dat beelden via elektrische signalen kon versturen, net zoals de telefoon geluid kon versturen.
In 1884 ontwierp de Duitser Paul Nipkow een schijf met gaatjes waarmee je een beeld kon opsplitsen in een reeks lijnstukjes. Deze zogenoemde nipkowschijf werd later gebruikt in de eerste mechanische televisiesystemen. Het was nog lang geen tv zoals wij die kennen, maar het principe erachter was een stap in de goede richting.
Wie vond de televisie echt uit?
Hier wordt het ingewikkeld. Drie namen staan centraal in de geschiedenis van de televisie: John Logie Baird, Philo Farnsworth en Vladimir Zworykin.
De Schot John Logie Baird toonde in 1926 als eerste publiekelijk een werkend televisiesysteem. Zijn systeem was mechanisch en gebruikte een draaiende schijf om beelden te maken. De beeldkwaliteit was erg laag, maar het werkte. Baird geldt in veel landen als de uitvinder van de televisie.
Philo Farnsworth, een jonge Amerikaanse uitvinder, demonstreerde in 1927 als eerste een volledig elektronisch televisiesysteem. Zijn systeem gebruikte geen bewegende onderdelen meer, maar elektronische signalen. Dat was de basis voor de moderne tv.
Vladimir Zworykin, een Russisch-Amerikaanse ingenieur, werkte rond dezelfde tijd aan een vergelijkbaar elektronisch systeem. Hij diende in 1923 al een patent in voor een televisiecamera, maar zijn werkende systeem volgde later. Tot op de dag van vandaag bestaat er discussie over wie nu precies de moderne televisie heeft uitgevonden: Farnsworth of Zworykin.
Hoe ontwikkelde de tv zich verder in de jaren dertig?
In de jaren dertig werden de eerste regelmatige televisie-uitzendingen gestart. De BBC in Groot-Brittannië begon in 1936 met regelmatige uitzendingen via een elektronisch systeem. In Duitsland waren er al iets eerder experimentele uitzendingen. De televisie was op dat moment nog een curiositeit voor een kleine groep mensen. Toestellen waren duur en beeldkwaliteit was beperkt.
Door de Tweede Wereldoorlog lag de ontwikkeling van de televisie voor een groot deel stil. Na de oorlog pakte de wereld de draad snel weer op en groeide het medium razendsnel.
Wanneer kwam de televisie naar Nederland?
In Nederland duurde het nog even voordat de tv zijn intrede deed. De eerste echte televisie-uitzending in Nederland vond plaats op 2 oktober 1951. Om 20.15 uur openden staatssecretaris Cals en NTS-voorzitter professor J.B. de eerste officiële uitzending van de Nederlandse televisie. Dat was het startschot voor de Nederlandse tv-cultuur.
In het begin hadden maar weinig huishoudens een toestel. De televisie was duur en het aanbod was beperkt. Pas in de jaren zestig begon de tv echt gemeengoed te worden in Nederlandse huiskamers.
Van zwart-wit naar kleur en verder
De eerste televisies toonden alleen zwart-witbeelden. Kleurtelevisie bestond al langer in theorie, maar pas in de jaren zestig werd het ook voor gewone mensen bereikbaar. In Nederland begonnen de kleuruitzendingen in 1967.
Daarna ging de ontwikkeling snel. Van de dikke beeldbuis naar de platte lcd-schermen, van analoog naar digitaal, van standaard naar hoge resolutie. Elke tien jaar veranderde de televisie ingrijpend van uiterlijk en mogelijkheden. De smart-tv van nu heeft meer rekenkracht dan computers van een paar decennia geleden.
Een kort overzicht van de belangrijkste momenten
- 1884: Paul Nipkow ontwikkelt de nipkowschijf, een vroeg mechanisch beeldprincipe.
- 1926: John Logie Baird toont publiekelijk de eerste werkende televisie.
- 1927: Philo Farnsworth demonstreert het eerste volledig elektronische televisiesysteem.
- 1936: De BBC start regelmatige uitzendingen in Groot-Brittannië.
- 1951: De eerste officiële televisie-uitzending in Nederland.
- 1967: Nederland start met uitzendingen in kleur.
De televisie blijft zich ontwikkelen
De televisie is in minder dan honderd jaar uitgegroeid van een wetenschappelijk experiment tot het meest gebruikte medium ter wereld. Wat begon met een wazige zwart-witafbeelding van een paar regels, is nu een scherp, groot, slim scherm dat films, series, nieuws en sport in hoge kwaliteit toont. De uitvinding van de televisie is geen moment geweest, maar een lange reis van heel veel mensen tegelijk.
Veelgestelde vragen
Wanneer is de televisie uitgevonden?
De televisie is niet op één exact moment uitgevonden. John Logie Baird toonde in 1926 de eerste werkende televisie aan het publiek. Philo Farnsworth demonstreerde in 1927 het eerste volledig elektronische systeem. Wie de echte uitvinder is, wordt nog altijd bediscussieerd.
Wie heeft de televisie uitgevonden?
Drie personen worden het vaakst genoemd als uitvinder van de televisie: John Logie Baird, Philo Farnsworth en Vladimir Zworykin. Baird was de eerste die een werkende tv publiekelijk demonstreerde. Farnsworth en Zworykin werkten allebei aan het elektronische systeem dat de basis werd voor de moderne tv.
Wanneer begon de televisie in Nederland?
De eerste officiële televisie-uitzending in Nederland was op 2 oktober 1951. Die avond om 20.15 uur werd de Nederlandse televisie officieel geopend door staatssecretaris Cals en NTS-voorzitter professor J.B.
Wanneer kwamen kleurentelevisies?
Kleurentelevisie bestond al eerder in theorie, maar in Nederland begonnen de officiële uitzendingen in kleur in 1967. Daarvoor waren alle uitzendingen in zwart-wit.
Wat is het verschil tussen mechanische en elektronische televisie?
Een mechanische televisie gebruikt bewegende onderdelen, zoals een draaiende schijf, om een beeld op te bouwen. Een elektronische televisie werkt volledig met elektrische signalen en heeft geen bewegende onderdelen nodig. Het elektronische systeem gaf een veel beter beeld en werd de basis voor alle latere televisies.
